Kennisbank · Tekenpakketten

Wat is een IFC-bestand, en wat zit er niet in

Je krijgt een bestand doorgestuurd, de extensie is .ifc, en je weet niet goed wat je ermee moet. Het gebeurt op kantoor net zo goed als op de werf: een aannemer stuurt het model door, een onderaannemer levert zijn deel van de installatie aan, of de tekenaar zet het klaar zodat de ploeg kan meekijken. Je opent het, ziet een 3D-model verschijnen, en de eerste vraag is meestal niet hoe je het opent, maar wat er precies in zit.

Dat is een terechte vraag, want een IFC-bestand oogt compleet maar is dat zelden. Het draagt de vorm en de opbouw van een gebouw, maar niet noodzakelijk alles wat de tekenaar op zijn scherm had staan toen hij het model bouwde. Wie dat verschil niet kent, verwacht soms dingen van een IFC die er nooit in gezeten hebben: een maat die ontbreekt, een detail dat je niet terugvindt, een onderdeel zonder naam.

Hieronder staat wat een IFC-bestand is, wat er meestal wel en niet in zit, en waarom dat zo is.

Een IFC-bestand is geen tekenpakket

IFC staat voor Industry Foundation Classes, een open bestandsformaat voor bouwmodellen. Het wordt beheerd door buildingSMART International en is bewust leverancieronafhankelijk opgezet: geen enkel softwarehuis bezit het formaat of bepaalt in zijn eentje wat erin mag. Pakketten zoals Revit, ArchiCAD, Tekla Structures, cadwork, SketchUp of Vertex BD kunnen er allemaal naartoe exporteren.

Belangrijk om te onthouden: niemand tekent rechtstreeks in IFC. Je tekent in je eigen pakket, op je eigen manier, en exporteert op het einde naar IFC. Het bestand is dus een momentopname van het model op het ogenblik van exporteren, geen levend document waarin je verder kan werken. Wat je op de werkvloer met zo’n bestand aanvangt, staat op de pagina over IFC-bestanden op de werf.

Niet elke IFC is dezelfde IFC

Er bestaan verschillende versies van het formaat, waarvan IFC2x3 en IFC4 de bekendste zijn. De meeste tekenpakketten laten je bij het exporteren kiezen naar welke versie je wegschrijft, en dat is geen detail: een oudere of nieuwere versie kan net iets anders ondersteunen. Ondertussen wordt er bij buildingSMART ook aan nieuwere versies gewerkt, dus het formaat staat niet stil.

Daarnaast bestaat het begrip view definition, of MVD: een afspraak over welke subset van het model wordt meegenomen in een export, zoals een coordination view die zich op de coördinatie tussen disciplines richt. Dat bepaalt mee, samen met de versie, hoeveel van het model in het bestand terechtkomt.

Wat er meestal wel in zit

Een doorsnee IFC-export bevat de geometrie: de vorm en de exacte plaats van elk onderdeel in de drie dimensies. Elk element krijgt daarbij een soort mee, zodat een wand herkenbaar is als wand, een balk als balk en een deur als deur, in plaats van een naamloze vorm. Daarbovenop zit een hiërarchie die het project ordent van project naar site, naar gebouw, naar verdieping, en meestal een reeks eigenschappen per element: afmetingen, materiaal, type, soms een identificatienummer.

Dat is ook waarom een IFC bruikbaar is buiten het pakket waarin het gemaakt is: structuur en betekenis reizen mee met het bestand.

Wat er vaak ontbreekt

Dit is de kern van het verhaal, en de reden waarom mensen op de werf soms verrast zijn. De tabel zet kort naast elkaar wat je doorgaans wel en niet mag verwachten.

Zit er meestal wel in Zit er meestal niet in
Vorm en plaats van elk onderdeel Uitgewerkte 2D-detailtekeningen
Soort van elk element (wand, balk, deur) Bemating zoals op een plan
Hiërarchie: project, gebouw, verdieping Pakketeigen parameters zonder IFC-koppeling
Basiseigenschappen: maat, materiaal, type Formules, families, parametrisch gedrag
Wat de exportinstellingen toelaten Wat nooit werd ingevuld of werd uitgevinkt

De 2D-detailtekeningen en de bemating zoals de tekenaar ze op zijn plan zet, staan er meestal niet bij. IFC kan technisch gezien wel 2D-gegevens dragen, maar in de praktijk neemt bijna niemand zijn volledige plansets mee in de export. Dat betekent dat je in een model wel een afstand kan opmeten, maar zo’n gemeten maat is niet hetzelfde als een bemate detailtekening: de tekenaar plaatste die maatlijn bewust, met een context die het model zelf niet meegeeft.

Waarom net dat wegvalt

Een deel van wat ontbreekt, valt weg omdat het nooit voor uitwisseling bedoeld was. Parameters die alleen binnen het bronpakket bestaan en niet gekoppeld zijn aan een IFC-eigenschap, gaan verloren bij het exporteren: het pakket weet niet naar welk IFC-vakje het die informatie moet schrijven, dus schrijft het niets.

Ook de intelligentie van het bronpakket blijft achter: relaties, formules, families, parametrisch gedrag waarbij het ene element meebeweegt met het andere. Een IFC-bestand is het resultaat van die logica, niet de logica zelf. Je krijgt de vorm die eruit rolde, niet het recept waarmee ze gemaakt werd.

Tot slot valt weg wat de exportinstellingen hebben uitgeschakeld, zoals een discipline, een fase of een laag die bewust niet werd meegenomen, en wat de tekenaar zelf nooit heeft ingevuld. Een leeg eigenschapveld in het bronpakket komt niet ineens gevuld aan in de IFC.

Wat je ermee doet op de werf, en waar je op let bij een export

Ondanks die beperkingen is een IFC op de werkvloer erg bruikbaar. Je kan kijken waar iets komt, controleren of het onderdeel dat net is aangeleverd overeenkomt met wat in het model staat, lagen per discipline aan- of uitzetten, een maat opvragen, of een botsing zien voor je boort of stort. Een viewer zoals Field-Viewer toont dat model op de werkpost of op een tablet op het terrein, zonder dat je iets in het model kan bewerken of terugschrijven naar het bronpakket. Je hebt er ook geen licentie van het tekenpakket voor nodig: precies daarom kan een aannemer een IFC van een onderaannemer openen zonder dat pakket zelf te bezitten.

Wie zelf een export maakt of aanvraagt, doet er goed aan een paar dingen vooraf af te spreken. Spreek de IFC-versie af met wie het bestand aanlevert. Bepaal welke disciplines en verdiepingen mee moeten in de export. Vraag concreet naar de eigenschappen die je op de vloer nodig hebt, niet alleen naar “een IFC”. Let op de plaatsing en het nulpunt, zodat twee modellen van verschillende bronnen ook echt op elkaar passen. En open de export zelf één keer voor je hem doorstuurt, gewoon om te zien of alles is meegekomen dat je verwachtte. Wie in Revit tekent, kiest bij die exportstap zelf de versie en de instellingen; in elk ander pakket gebeurt hetzelfde onder een andere naam.

Een viewer toont een IFC-bestand zoals het binnenkomt. Hij repareert geen slordige export en vult geen ontbrekende eigenschap in. Wat er niet in zit bij het exporteren, zie je ook niet terug op het scherm, hoe goed de viewer verder ook is. Dat besef scheelt een hoop frustratie: het probleem zit dan niet in het bestand dat je opent, maar in de afspraken die eraan voorafgingen.

Verder lezen

Of bekijk alle artikelen in de kennisbank.

Bekijk het aan je eigen project

We zoeken dit najaar vijf pilotbedrijven in Vlaanderen, werkplaatsen en terreinen, om Field-Viewer samen verder te testen. Vraag een demo aan, vrijblijvend, en we bekijken samen of het iets is voor jouw team.

Nog 5 pilotplaatsen vrij

Nog niet klaar voor een demo? Laat je e-mailadres achter, dan hoor je wanneer de pilot start en wat we intussen leren. Geen nieuwsbrief, hooguit een paar mails per jaar.